Dat is een goede vraag. Veel productierassen met een vacht die doorgroeit worden tegenwoordig voor het aflammeren geschoren. Daarna gaan ze direct op stal. Op deze manier blijft de wol schoon, en het lammerproces is heel gemakkelijk te volgen. Daarnaast krijgen de dieren ook geen warmtestress in een grote stal.
Dit scheren gebeurt meestal in december, januari.
Speciale rassen, zoals we er veel hebben in Nederland, hebben andere scheermomenten. Het is bv bij rassen met een lange vacht, zoals Walliser, diverse longwools, gewoonte om 2x per jaar te scheren. Zeker als de wol door een spinnerij gesponnen moet worden, moet je 2x per jaar scheren anders is de wol te lang.
Andere rassen zoals Shetland, Skudde, Ouessant etc scheer je als de rise te zien is. De rise is de grens tussen oude en nieuwe wol. Scheer je te vroeg, dan zie je naar een maand een dunnen laag wol die alsnog loslaat, of je scheert te laat en je heb een vacht met een breekpunt op de rise.
Richtlijn is dus, productierassen kunnen op elk moment geschoren worden, de primitieve rassen op het moment dat de vacht een rise heeft.
Er is geen echt tijdspunt aan te wijzen, in sommige jaren kunnen de schapen vroeg worden geschoren/geknipt vanwege het weer, in andere jaren met een ander weertype ligt het scheerpunt later. Ook is het zo dat bij primitieve rassen die niet aflammeren het punt van scheren later ligt dan bij dieren die wel aflammeren.