De kwaliteit begint bij de foetus. Een goede eiwitopname tijdens bepaalde periodes in de dracht zorgt voor significant meer secundaire wol follikels, meer follikels betekent een fijnere vacht.

Daarnaast is het belangrijk dat u van tevoren weet wat de kwaliteit van uw kudde is. Dat doet u door de wol te meten. Voorbeeld; u heeft een kudde Kempische heideschapen. De microns binnen de kudde variëren van 28-35 micron. Het is belangrijk om dit naar elkaar toe te brengen, dus bv 26-29 micron. Selecteer een ram met een uitmuntende vacht, dus test hem voordat u hem inzet. Heeft de ram een micron van 30, kies dan een andere. Als u dit een paar jaar doet, zoals is gebeurd bij de Kempische heideschapen, is uw kudde na 4 jaar opgeklommen naar 26-29. Voer dit fokprogramma door en uw microns zullen steeds beter worden. Selecteer niet alleen op de ram, maar gebruik ook de beste ooien. Maak meerdere fokgroepen zodat u niet vast komt te zitten met uw inteeltcoëfficiënt.

Zorg altijd voor een goede voeding. Persoonlijk hebben wij veel baat gehad bij het toedienen van eiwitten tijdens schrale periodes in de vorm van lupine meel gemengd in bietenpulp. Bietenpulp is een ideale manier om voedingsstoffen toe te dienen aan uw schapen.