Het schaap is ziek geweest.

Het kunnen wolluizen zijn, deze zijn met het blote oog zichtbaar. Ze hebben jeuk, schuren zich, bijten in hun wolen zijn onrustig.

De vacht is pluizig met stukjes wol die eruit steken.

Of mijten, deze leven diep in de wol, op de huid van schapen, waar ze zich onder andere voeden met huidschilfers en talg. In de vroege stadia verschijnen de eerste zichtbare symptomen op de rug en de flanken van het schaap. De huid vormt gelige korstjes en de wol komt los. Bij langdurige besmetting wordt de huid dikker en worden de kale plekken steeds groter.